In NRC
las ik een hilarisch artikel
van Bo van Houwelingen en Caroline van Keeken over hoe McDonalds het aanpakte
om de nieuwe glutenvrije producten in hun restaurants aan te kondigen tijdens
een persconferentie. “Dit is
Ab”, zegt ze [McDonalds communicatiedeskundige] over een man naast haar aan tafel. Hij staat op en voegt zich bij
haar. “Ab heeft een glutenallergie en kon daarom nooit bij McDonald’s eten met
zijn kleinkinderen.” Ab knikt weer. Nu wat treurig. “Dat vonden wij zo sneu. En
voor alle anderen met een glutenallergie natuurlijk, die geen hamburger konden
eten. Daarom ontwikkelden we dit nieuwe broodje, samen met de Nederlandse
Coeliakie Vereniging.” Het artikel eindigt ermee dat Ab zegt dat hij toch
al bij McDonalds kon eten, namelijk friet en salade.
Nu
heeft deze meneer coeliakie. Dat betekent dat hij inderdaad geen gluten kan
verdragen. Maar de groep die echt een voedselallergie heeft is klein: slechts 2-3% van de bevolking kan bijvoorbeeld
geen pinda's, lactose of gluten verdragen. Steeds meer mensen kiezen er zelf
voor om geen gluten te eten, of om ze minder te eten. Maar waarom hebben gluten
zo’n slechte reputatie gekregen?
In De
Volkskrant las ik een artikel daarover. In het artikel werden de termen placebo en nocebo uitgelegd. Placebo
ken ik wel: het effect van bijvoorbeeld een pilletje tegen een bepaalde kwaal,
maar waarbij het pilletje geen werkzame stof bevat. Door alleen al het slikken van het pilletje
door mensen met bepaalde klachten, kan het voor hen als medicijn voelen; hun
klachten worden werkelijk minder.
Dan is
er nocebo. Dat betekent dat er bijvoorbeeld aan een groep mensen wordt verteld
dat zij klachten kunnen gaan ervaren van een bepaalde behandeling of medicijn. Geef
tien proefpersonen een suikerpilletje met de mededeling dat het een braakmiddel
is, en acht gaan daadwerkelijk spugen. Dat is in essentie de betekenis van
nocebo. Negatieve verwachtingen kunnen dus schaden. Hoe dit werkt, is nog
onduidelijk.
Maar
het weglaten van gluten uit de voeding geeft voor veel mensen het gevoel dat
zij iets schadelijks weglaten en daardoor voelen zij minder misselijkheid,
buikpijn, moeheid. En het idee dat er gluten in de voeding zitten, geeft hen klachten,
ook al zijn ze er niet overgevoelig voor.
De voedingsindustrie
speelt hierop in. Elke hype levert geld op. Er zit een miljoenenindustrie
achter. Michael Specter schreef in The New Yorker
in 2015 al dat in 2016 de verkoop van glutenvrije producten 15 miljard dollar zou
overschrijden, dit is twee keer zoveel als in 2010. Met name zij hebben er
dus baat bij dat mensen hierin blijven geloven.