donderdag 1 september 2016

Bodemdrift


Ik zit met iemand te praten in de lunchpauze op mijn werk. We hebben het over de zomervakantie en opeens vertelt ze me dat ze na de vakantie begonnen is met afvallen. Haar gewicht was geleidelijk opgelopen en dat wilde ze nu weer terugdraaien. Ze benoemt dat ze een gezonde eter is maar wel enorm kan snoepen. Vooral dropjes. Maar ik heb geen bodemdrift meer, zegt ze er achteraan. Bodemdrift?! Ik heb hier nog nooit van gehoord. Ze ziet denk ik de vraagtekens op mijn gezicht. De zak hoeft niet meer leeg, voegt ze eraan toe.


Aha! Dat ken ik natuurlijk wel van de cliënten op het spreekuur. Dóóreten tot de verpakking leeg is. Jezelf niet kunnen bedwingen, eetdrang wordt het soms door mensen ook wel genoemd of craving (hunkeren). Er zijn meerdere verklaringen voor die bodemdrift.

Smaak is de eerste. Wij mensen hebben een voorkeur voor zout, zoet en vet. Vandaar dat we die bodemdrift wél hebben met chips, drop, snoep, chocolade en koekjes en maar zelden met een verpakking rauwkost of een zak appels. En fabrikanten weten precies in welke hoeveelheden en verhoudingen ze dit in hun product moeten verwerken. Daar schreef ik eerder al eens over. We noemen dit bliss point.

De tweede verklaring is contrast. In kleur, mondgevoel en smaak. Krokant, smeltend, zout, zoet. Denk hierbij aan de gekleurde M&M’s. Als ze allemaal dezelfde kleur hadden, zouden we er minder van eten. Denk bij contrast in smaak aan melkchocolade met caramel en zeezout.

Een derde verklaring is herinnering. Sommige soorten eten roepen een gevoel van veiligheid, vertrouwdheid, troost of nostalgie op. Daardoor vind je het zo lekker. Of ben je het gewoon gewend geraakt zodat je niet meer zonder kunt.

Dan is er nog verveling en onbewust eten. Denk hierbij aan bankhangen en tv kijken. Je gedachten zijn niet bij wat je aan het eten bent. Je kijkt tv en grabbelt af en toe in de zak, het schaaltje of de verpakking naast je. Dan kan het ineens zo zijn dat je in de leegte zit te graaien. Het is al op voordat je het weet.

Een ander fenomeen, wat ik hieraan wél vind linken, is het leeg eten van je bord. Ook dat is iets wat ik vaak hoor op het spreekuur. Dat doe je vaak óók uit automatisme, of met de gedachte als je genoeg hebt gehad dat je dan denkt: ach, wat zijn nou 3-4 laatste hapjes? Of het is zo lekker dat je niet kunt stoppen met eten, of je vindt het jammer om het weg te gooien (van jezelf en/of van je kinderen), of uit beleefdheid of omdat je zo bent opgevoed (denk met name aan de 60+ generatie).

Hoe kom je af van bodemdrift? Door bewust te kiezen en te eten. Denk na bij elke hap die je in je mond stopt. Ga niet eten terwijl je ook nog andere dingen ‘even snel’ aan het doen bent. Kies een vaste plek om te eten. Kies vooraf een portiegrootte waarmee je tevreden bent en doe dat in een schaaltje. Die tevredenheid is tweeledig: blij zijn met dit extraatje én blij zijn dat je de bodem van de verpakking niet bereikt.