Na het weekend komt mijn buurvrouw langs om te vertellen hoe
het was (‘heerlijk!’). Ze vertelt dat ze tijdens een wandeling van 20 km in een
heel rustig natuurgebied (‘we kwamen 1 mountainbiker tegen en die was ook
verbaasd’) gingen lunchen in een pannenkoekenhuis dat min of meer op de route
lag.

Maar elke keer als een familielid langs haar liep richting
buffet, probeerden ze haar over te halen, aan te moedigen, ja te dwingen bijna,
om toch nóg een hap van haar pannenkoek te eten. Dat zag er eigenlijk heel
triest uit. Een kind dat zich perfect reguleert wat betreft voedselinname maar
dat steeds opnieuw te horen kreeg dat ze méér moest eten. Mijn buurvrouw zag
het hele schouwspel aan en vond het heel tekenend om te zien. Een familie die
aanmoedigde om te eten, allemaal te zwaar, je kon de toekomst van dat meisje
wel voorspellen.
Op het spreekuur heb ik het vaak met ouders over eten,
eetgedrag en eetgewoonten binnen het gezin. Opvoeding komt veel ter sprake
omdat voeding en opvoeding nu eenmaal dicht bij elkaar komen. Ik praat met de
ouders over de 3 W’s van opvoeden. De ouders bepalen Wat, Waar en Wanneer
er wordt gegeten. Het kind kan meestal zelf heel goed reguleren hoeveel er wordt gegeten. Dit gaat
overigens op voor kinderen die slechte eters zijn, ondergewicht of een gezond
gewicht hebben, alsook voor kinderen met overgewicht.
Door regels en duidelijkheid te hebben over waar en wanneer er wordt gegeten: aan
tafel, 3 maaltijden per dag, 2x een tussendoortje (waarvan in ieder geval 1x fruit) maak je het als ouder voor je kind én
voor jezelf gemakkelijker. Je vermijd hiermee discussies, onderhandelingen en
ruzies. Door zelf in de hand te hebben wat
je kind eet, bepaal je de mate van basisvoedsel (volkoren graanproducten,
groenten, fruit, zuivel, vlees, kaas vis, margarine) en extraatjes kan je kind
prima zelf beslissen hoeveel hij eet. Kiest hij ervoor om nu niet veel te eten,
dan is er altijd weer een volgende maaltijd op een door de ouders uitgekozen
moment.