Posts tonen met het label overgewicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overgewicht. Alle posts tonen

donderdag 18 januari 2018

Aankomen


'Van de lucht kom ik al aan!' en: 'Ik hoef maar naar een taartje te kijken en het zit al op mijn heupen'. Nog eentje: 'Ik heb een vriendin die alles kan eten zonder dik te worden en ik kom meteen aan na een weekendje weg'. Zomaar wat uitspraken die je misschien bekend voorkomen. Hoe zit dat? Komt de ene persoon echt sneller aan dan de andere?
De belangrijkste reden dat mensen zeggen, en ook oprecht denken, is dat ze niet goed inschatten wat, wanneer, hoe vaak en hoeveel zij eten. En daar zijn meerdere verklaringen voor.
Automatisme
Heel veel van onze eetgewoonten zijn automatismen. Dat is handig en fijn, want we moeten al heel veel beslissingen nemen in ons dagelijks leven. Alleen al over eten maken we 200 beslissingen per dag! Het is dan ook wel makkelijk als een aantal zaken op de ‘automatische piloot’ gaan. Denk hierbij aan ochtendrituelen zoals douchen, haren doen, opmaken, tanden poetsen. Of de route die je neemt naar je werk (bedenk maar: dat is vaak dezelfde). Maar als eetgewoonten heel automatisch gaan, dan ben je je er dus een stuk minder bewust van. En daar kan het mis gaan als je het hebt over het ontwikkelen van overgewicht.
 
Onbewust eten
We handelen niet alleen automatisch, maar ook gedachteloos. Denk maar eens aan iets eten terwijl je aan het lezen, werken, tv kijken bent. Dan graai je soms met je hand naar iets te eten, óók als je schaaltje of zak al leeg is. En hoe vaak loop je op je werk langs een snoep pot en neem je er werkelijk wat uit (eentje, twee, een handje…). Of wil je nog een slokje drinken nemen terwijl je beker of glas al leeg is. Het terug brengen van bewust eten in je leven is iets wat veel moeite kost, maar wél haalbaar is. Daar kan een diëtist je bij helpen.
 
Onderschatting
Daarnaast komt het natuurlijk ook geregeld voor dat de voedingswaarde van een product wordt onderschat. Dan wordt calorierijk voedsel gegeten of gedronken wat wel een gezond imago heeft. Denk aan ‘hippe’ smoothies boordevol vruchtensuiker. En avocado, noten, en pitten die heel vetrijk zijn.
 
Maaltijd of niet?
Ik heb het in gesprekken vaak over maaltijden. Daarmee bedoel ik ontbijt, lunch en warme maaltijd. Hier bestaan weleens misverstanden over. Dan zeggen mensen: ik eet maar één maaltijd per dag. En ja, ik neem overdag wel eens wat brood of fruit. Bij doorvragen blijkt dan dat mensen gewoon 6 sneden brood met kaas en 2 stukken fruit meenemen naar het werk, maar dat niet zien als maaltijd. Want in hun ogen de enige echte maaltijd het warme eten. De rest valt daar in hun ogen niet onder.
Dagboek
Om te weten waardoor je aankomt, moet je bewuster eten. Een eetdagboek bijhouden, bijvoorbeeld in een app, kan je hierbij helpen. Ook eten en drinken aan tafel. En alleen eten als je niet ook met andere dingen bezig bent; tv kijken, krant lezen, met je beeldscherm bezig zijn.

donderdag 15 december 2016

Babyfoto's


“Kijkend naar mijn baby- en kinderfoto’s, ontdekte ik dat er bijna geen foto’s waren zónder dat ik iets te eten in mijn hand had. Het waren altijd foto’s aan tafel. Of foto’s van mij terwijl ik bijvoorbeeld een koekje in mijn hand had. Dat was zo’n eyeopener voor me.” Op het spreekuur praat ik met een cliënt die inmiddels haar vierde afspraak bij mij heeft. Ze komt om af te vallen en het gaat geweldig goed. Ze is al 15 kg afgevallen. Maar zij en ik weten dat het afvallen niet alleen draait om minder eten. Dat kan ze zelf ook wel. Tijdens onze gesprekken hebben we het over eetgedrag, eetgewoonten, automatismen, omgeving, leefstijl.
Wat ze doet is overigens niet makkelijk. En niet alle cliënten kunnen dit: anders naar jezelf kijken, patronen ontdekken, oorzaken vinden die leid(d)en tot (over)eten. Ze doet dat op allerlei gebieden. Zo ontdekte ze dat bijna alles om eten draaide in haar gezin en familie. “En we hebben inderdaad ook allemaal overgewicht” voegt ze eraan toe. “Gezelligheid draait om eten. Als we iets samen doen of afspreken, is er altijd eten bij. En eigenlijk ook altijd teveel eten.” Dit zijn belangrijke ontdekkingen. Omdat het iets zegt over mogelijke valkuilen voor de toekomst. Nu is ze enorm gedreven en gefocust op afvallen, maar dat afvallen heeft ze eerder gedaan. Succesvol ook. Maar het bereikte gewicht vasthouden, dat lukte haar niet. Dus dit is haar zoveelste poging.
Wat ze wil bereiken is een gezonder gewicht. Maar het daarna ook kunnen vasthouden. Dat valt niet mee als je omgeving (in dit geval: je familie) altijd met eten omringd is. Als zij op bezoek komen en je zet niet ‘genoeg’ op tafel voor ze, dan voel je je daar misschien bezwaard over. Want hoe komt dat over? Vind je ze niet belangrijk genoeg? Gun je ze niets? Ben je krenterig? Als ze er dan eenmaal zijn, denk ik: had ik niet tóch... En andersom is het ook lastig. Want als je bij hen bent, en er staat van alles voor je wat je heel lekker vindt, ga dan maar eens nee zeggen. Iedereen om je heen zit wél lekker te eten.
En we gaan nog een stap verder. Want haar kindertijd en jeugd mag dan nu helder zijn voor haar, maar zelf wil ze ook graag kinderen. En die wil ze niet een zelfde toekomst meegeven: altijd te zwaar zijn, altijd bezig met gewicht, afvallen, lijnen. “Ik realiseer me eigenlijk nu pas hoe groot de impact is van het gedrag van mijn ouders en familie. Niet dat ik ze alles in de schoenen wil schuiven nu. Ik heb er natuurlijk zelf ook een grote hand in gehad, maar toch bedenk ik me dat het heel belangrijk is dat ik het zelf nu goed doe.” Daar heeft ze een punt. Kinderen leren door te kijken naar hun ouders en hen na te doen. Door zelf het goede voorbeeld te geven, wordt gezond eten voor hen normaal en is het geen opgave. Dat worden vast hele andere babyfoto’s.

donderdag 12 maart 2015

12 uur

Ik lees een artikel in The New York Times dat gaat over tijd en eten. En dat een tijdslimiet die wordt gesteld aan wanneer er gegeten mag worden, kan helpen bij regulatie van het lichaamsgewicht. Het onderzoek dat is gedaan is tot nu toe alleen bij muizen gedaan. Maar toch is het een interessant verhaal.
 
In een studie die in 2012 werd gedaan, werden 2 groepen muizen gevormd. Beiden kregen hetzelfde voedsel, namelijk een voeding met veel vet. De ene groep kreeg toegang tot dit voedsel wanneer ze maar wilden. De andere groep was alleen toegestaan te eten gedurende 8 uur. De muizen die mochten eten wanneer ze wilden werden dik, ongezond en ontwikkelden symptomen van diabetes. Maar de muizen die maar 8 uur per dag ditzelfde vette voedsel mochten eten kwamen maar een klein beetje aan in gewicht en kregen geen gezondheidsklachten.
 
In het nieuwe onderzoek werden de muizen in 4 groepen verdeeld. Groep 1 kreeg voeding met veel vet, groep 2 kreeg voeding met veel vet en vruchtensuiker, groep 3 kreeg voeding met veel vet en gewone suiker, groep 4 kreeg normaal muizenvoedsel. Sommige muizen mochten eten wanneer ze wilden, andere muizen mochten eten in een tijdsperiode van 9, 12 of 15 uur. De calorie inname van alle muizen was hetzelfde.

Gedurende 38 weken mochten sommige muizen in de groepen met de tijdslimiet smokkelen in de weekenden; zij mochten dan toch buiten de tijdslimiet eten. En een aantal muizen die in de groep zaten die de hele dag mochten eten, werden halverwege overgeplaatst naar een groep met tijdslimiet.


Aan het einde van het onderzoek waren de muizen die de hele dag mochten eten obees geworden en vertoonden ze metabole ziekten (afwijkingen in bloeddruk, bloedsuiker, cholesterol). Maar de muizen die 9 of 12 uur per dag mochten eten bleven gezond en slank. Zelfs als ze in het weekend mochten smokkelen. Bovendien waren de muizen die halverwege het onderzoek van de hele dag eten naar een groep met tijdslimiet waren verplaatst, een deel van hun aangekomen gewicht weer kwijtgeraakt.


De tijdslimiet voorkomt dus niet alleen obesitas, maar kan het ook weer terugdraaien, was de conclusie van de onderzoeker. En dat was verrassend om te ontdekken. De muizen die gewoon muizenvoer aten met een tijdslimiet hadden ook minder lichaamsvet dan de muizen die de hele dag mochten eten.

Hoe dit precies werkt, is voor de onderzoekers  ook nog onduidelijk. Zij denken dat het te maken heeft met de biologische klok. Die heeft minder te maken met licht en donker, maar meer met de tijden waarop we onze maaltijden eten.
 
Als  de resultaten van dit onderzoek ook bij mensen werken, zou je deze methode dus kunnen toepassen: je eetmomenten aanpassen aan een tijdslimiet van 12 uur. De tijd gaat dan in wanneer je ’s morgens je eerste calorieën inneemt: je ontbijt, of je eerste kopje koffie met melk of suiker.

donderdag 19 februari 2015

Pannenkoeken

Mijn buren gaan een weekend weg en ik zorg voor hun poes. Heel handig, dat we dat altijd zo samen kunnen oplossen als zij of wij op vakantie gaan. Deze keer gaan ze naar Ommen, wandelen, lezen, in de sauna: een heel ontspannen weekend.

Na het weekend komt mijn buurvrouw langs om te vertellen hoe het was (‘heerlijk!’). Ze vertelt dat ze tijdens een wandeling van 20 km in een heel rustig natuurgebied (‘we kwamen 1 mountainbiker tegen en die was ook verbaasd’) gingen lunchen in een pannenkoekenhuis dat min of meer op de route lag.
In het restaurant voltrok zich een wonderlijk schouwspel. Een grote familie; ouder echtpaar, 4 kinderen met aanhang en kleinkinderen, waaronder een kleuter, zat aan een lange tafel. In het restaurant was een buffet. De grote familie (allemaal in meer of mindere mate behept met overgewicht) liep af en aan naar het buffet om eten op hun borden te scheppen.  Te midden van dit alles zat de kleuter. Zij had geen overgewicht. Zij had een derde van haar pannenkoek opgegeten. Zo eentje die je in een pannenkoekenrestaurant nu eenmaal krijgt; formaat wagenwiel. De rest had ze aan de kant geschoven en zij ze begon haar kleurplaat te kleuren. Mijn buurvrouw vond haar er schattig uitzie: net gegeten, lief aan het kleuren, helemaal tevreden.
Maar elke keer als een familielid langs haar liep richting buffet, probeerden ze haar over te halen, aan te moedigen, ja te dwingen bijna, om toch nóg een hap van haar pannenkoek te eten. Dat zag er eigenlijk heel triest uit. Een kind dat zich perfect reguleert wat betreft voedselinname maar dat steeds opnieuw te horen kreeg dat ze méér moest eten. Mijn buurvrouw zag het hele schouwspel aan en vond het heel tekenend om te zien. Een familie die aanmoedigde om te eten, allemaal te zwaar, je kon de toekomst van dat meisje wel voorspellen.
Op het spreekuur heb ik het vaak met ouders over eten, eetgedrag en eetgewoonten binnen het gezin. Opvoeding komt veel ter sprake omdat voeding en opvoeding nu eenmaal dicht bij elkaar komen. Ik praat met de ouders over de 3 W’s van opvoeden. De ouders bepalen Wat, Waar en Wanneer er wordt gegeten. Het kind kan meestal zelf heel goed reguleren hoeveel er wordt gegeten. Dit gaat overigens op voor kinderen die slechte eters zijn, ondergewicht of een gezond gewicht hebben, alsook voor kinderen met overgewicht.
Door regels en duidelijkheid te hebben over waar en wanneer er wordt gegeten: aan tafel, 3 maaltijden per dag, 2x een tussendoortje (waarvan in ieder geval  1x fruit) maak je het als ouder voor je kind én voor jezelf gemakkelijker. Je vermijd hiermee discussies, onderhandelingen en ruzies. Door zelf in de hand te hebben wat je kind eet, bepaal je de mate van basisvoedsel (volkoren graanproducten, groenten, fruit, zuivel, vlees, kaas vis, margarine) en extraatjes kan je kind prima zelf beslissen hoeveel hij eet. Kiest hij ervoor om nu niet veel te eten, dan is er altijd weer een volgende maaltijd op een door de ouders uitgekozen moment.

donderdag 29 januari 2015

Verdriet

The question is not what do you eat, but what is eating you? Ik las het een lange tijd geleden, ik weet niet meer waar of wie het zei, maar ik heb het sindsdien onthouden. Vertaald betekent het zoveel als: de vraag is niet wat eet je, maar wat vreet aan je? Ik moet er weer aan denken als ik een artikel lees dat me door mijn moeder onder de neus is geschoven. Ze heeft het uit de krant (Brabants Dagblad, zaterdag 17 januari 2015) geknipt. Het gaat over internist-endocrinoloog Liesbeth van Rossum. Zij behandelt mensen met obesitas in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en was daar mede oprichter van het Centrum Gezond Gewicht van het Erasmus MC. Zij zegt in het artikel: ‘bij onze spreekuren vloeien de tranen rijkelijk. De patiënten zijn vaak heel ongelukkig’.
 
Dat herken ik wel. Regelmatig heb ik huilende mensen voor me of mensen die vertellen heel ongelukkig en verdrietig te zijn vanwege hun overgewicht. Op de website van het RIVM in het Nationaal Kompas Volksgezondheid lees ik er het volgende over:
‘Overgewicht heeft ook invloed op psychische gezondheid. Mensen met overgewicht hebben meer te maken met stigmatisering en lopen meer kans op psychische en psychosociale problemen als eenzaamheid, verdriet en gespannenheid. Mensen met ernstig overgewicht zijn ook vaker depressief. Dikke kinderen hebben meer kans op een lage zelfwaardering en daarmee samenhangende psychosociale problemen. Overgewicht kan zowel de oorzaak zijn als het gevolg van psychische problemen’.
 
Juist dat laatste, dat overgewicht zowel de oorzaak als het gevolg kan zijn van psychische problemen, is interessant. Want dat betekent ook heel veel voor de juiste behandeling van overgewicht. Ja, uiteindelijk gaat het er natuurlijk altijd om dat mensen minder moeten eten, maar op welke manier zij daarbij begeleid worden is cruciaal. Dat zegt ook Liesbeth van Rossum: ‘bij de behandeling wordt alles op groepsniveau bekeken. Gemiddeld werkt dit dieet of deze therapie goed. Er wordt nauwelijks naar individuele factoren gekeken’.
 
Op mijn spreekuur zie ik mensen die in een ongezonde leefomgeving verkeren: binnen hun gezin, familie, opvoeding, wijk, zijn alle mensen net zoals zij niet gezond. Ze hebben het niet geleerd en krijgen in hun directe omgeving ook geen gezond voorbeeld. Ook zie ik mensen die wél heel goed weten wat gezond is, hiermee opgevoed zijn, genoeg goede voorbeelden om zich heen hebben, maar het lukt hen niet dit voor zichzelf te bereiken. Je zou kunnen zeggen dat het een keuze is, maar in gesprekken blijkt dat deze mensen het wel heel graag anders zouden willen. Zij kiezen niet (bewust) voor deze leefstijl, maar krijgen het niet voor elkaar het anders (gezonder) te doen. Dan zie ik ook mensen die wel die gezonde basis hebben, maar daarnaast het heel moeilijk vinden om met bepaalde situaties of emoties om te gaan. Zij eten hun gevoelens van onvrede of onmacht weg.
 
Door met mensen te praten, goed te luisteren en door te vragen, komt bij ieder van mijn cliënten een persoonlijke hulpvraag boven. Aan mij de schone taak de behandeling precies daarbij te laten aansluiten.

donderdag 1 mei 2014

Slaap

Een tijdje geleden schreef ik mijn blog Zitten is het nieuwe roken. Deze week las ik op twitter dat te weinig slaap het nieuwe roken is.  Onder een nacht te kort slapen wordt verstaan: minder dan 7 uur slaap. Dit zorgt voor meer honger, grotere kans op ongelukken, er minder goed en minder benaderbaar uitzien, meer kans om verkouden te worden, kans om hersencellen te verliezen, grotere kans om emotioneel te worden en grotere kans op verlies van concentratie en slechter geheugen. En dat allemaal na 1 nacht te kort slapen! Ik las in dat artikel ook dat 59% van de Amerikanen wel voldoende slaap krijgt. Hoe dat in Nederland zit, geen idee.
Maar als je nou gedurende een lange periode te weinig slaap krijgt, dan zijn de problemen veel groter en ernstiger. Vandaar de uitspraak te weinig slaap is het nieuwe roken. Er is dan een grotere kans op hart- en vaatziekten,  diabetes en obesitas. Doordat onze economie steeds meer naar een 24-uurs en 7-dagen-per-week gebeuren gaat, zijn er ook steeds meer mensen die onregelmatig werken en dus ook onregelmatig en te kort slapen.
Die kans op obesitas die heel groot is werd gevonden door een analyse die 10.000 mensen tussen 32 en 49 jaar die minder dan 7 uur slaap per nacht hebben. En ook werd een studie beschreven die gedaan is op Harvard onder 82.000 verpleegkundigen die ook te weinig slaap kregen. De gewichtstoename en het ontstaan van obesitas werd verklaard doordat niveau’s van ghreline en leptine (beiden stofjes in ons lichaam die zorgen voor een verzadigd gevoel) lager waren bij mensen die weinig slaap kregen.
Op het spreekuur zie ik ook mensen die in ploegendiensten werken, onregelmatige werktijden hebben en ook verpleegkundigen. Ik herken bij hen: eten uit moeheid, eten om energie te hebben om door te werken, onregelmatig eten door wisselende diensten, niet meer weten hoeveel en hoe vaak ze het best kunnen  eten tijdens nachtdiensten en avonddiensten (en bij het thuiskomen).
Het eten uit moeheid of eten om het gevoel te krijgen er weer even tegen te kunnen, wordt versterkt door de beschikbaarheid van eten. Op verpleegafdelingen is vaak veel lekkers aanwezig doordat patiënten trakteren als het goed met ze gaat of als ze met ontslag gaan en op die manier hun dank willen tonen aan de verpleegkundigen die zo goed en lief voor hun hebben gezorgd. Op veel werkplekken zijn snoep- en frisdrankautomaten.
Het StAZ (stichting arbeidsmarkt ziekenhuizen) heeft een boekje gemaakt over werken in de nacht. Het boekje bevat informatie, praktische handvatten, tips en recepten die kunnen helpen gezond en veilig te werken bij nachtdiensten. Hierin lees ik dezelfde adviezen die ik geef op het spreekuur: blijf 3 maaltijden eten net zoals overdag, eet niet teveel, kies voor fruit als tussendoortje, stop met snoepen en snacken. In het boekje wordt uitgelegd dat het voor de ene persoon anders is en voelt dan voor de ander. Goed te bedenken dat je dus ook met deze vragen bij de diëtist terecht kunt. Samen kunnen we een plan op maat maken.

donderdag 21 november 2013

COPD


COPD

Afgelopen maandag volgde ik de scholing COPD & Voeding. Niet omdat ik onbekend ben met dit onderwerp, maar om mijn kennis op te frissen en bij te spijkeren. En ook omdat het goed is om regelmatig wat langer en theoretischer stil te staan bij dingen in je dagelijks werk door er met collega’s (van welk pluimage dan ook) over te praten.

COPD is een chronische obstructieve longziekte, een ziekte die als je hem eenmaal hebt, niet meer weggaat. En een ziekte die progressief is, dat betekent dat het in de loop van de jaren erger wordt. COPD was in 1990 doodsoorzaak nr 12, maar inmiddels doodsoorzaak nr 5.

Behalve meer theorie over deze ziekte, kreeg ik ook een kijkje in de keuken van de andere disciplines. In mijn dagelijks werk gaat dat toch iets meer langs me heen, ook al ben ik werkzaam in een COPD werkgroep waarin naast mij een huisarts, fysiotherapeut, apotheker en longverpleegkundige zitting nemen. Tijdens de scholingsdag spraken longartsen, fysiotherapeut, dietist, longverpleegkundige en onderzoeker over wat hen bezighoudt binnen de zorg voor mensen met COPD.

Mensen met COPD staan vooral op ons netvlies als dun, kwetsbaar, benauwd, snel ziek of als mensen die dik zijn, een dikke buik hebben, benauwd zijn en veel hoesten. Beiden komen voor, maar er is nog een hele groep mensen die niet dik of dun zijn, maar wel de bijbehorende klachten in meer of mindere mate hebben. Wat de dietistische zorg betreft vallen juist zij vaak tussen wal en schip. Want wat COPD kenmerkt is spiermassaverlies. Dan kun je dun zijn, een gezond gewicht hebben of dik zijn, dit fenomeen komt bij alle groepen voor. Je kunt dit oplossen door te trainen met de hulp van een fysiotherapeut maar je kunt trainen wat je wilt: als je daarbij niet genoeg energie en eiwitten (de bouwstenen van de spieren) binnenkrijgt, dan val je alleen maar af en raak je als COPD patient nog meer vermoeid. De klachten worden erger en bij ongewenst gewichtsverlies is de kans dat mensen in het ziekenhuis moeten worden opgenomen alleen maar groter.

Op het dieetspreekuur praat ik over wat kun je het best kiezen, wat is dan eiwitrijk eten. En wanneer eet je? Als je uitgerust bent, niet als je moe en benauwd bent. Dat klinkt logisch, maar als je je hele leven gewend bent om je na het opstaan eerst te douchen en aan te kleden dan bedenk je zelf niet snel dat je beter eerst kunt ontbijten en daarna pas douchen en aankleden omdat deze handelingen uitputtend zijn en het eten daarna niet meer goed lukt. Dit zijn zomaar wat kleine voorbeelden van wat een dietist kan doen voor een COPD patient. Samen lopen we de dag door en kijken we waar aanpassingen nodig zijn en gewenst zijn. Praktisch, simpel, haalbaar en precies op maat voor elke patient. Iedereen een persoonlijk advies en dieet.


donderdag 8 augustus 2013

Bord leeg eten

Vorige week las ik 2 verschillende artikelen over voeding die uiteindelijk toch wel veel met elkaar te maken leken te hebben. Het eerste artikel had te maken met hoe onze portiegroottes van nu verschillen met de portiegroottes van 100 jaar geleden. We weten dat de portiegroottes van voedsel dat we niet thuis klaarmaken; dat door fabrikanten in porties wordt verpakt of in restaurant als portie wordt geserveerd, veel groter zijn dan de porties van 25, 50, 100 jaar geleden. Maar hoe het zit met de zelfgekookte maaltijden thuis was niet zo duidelijk. Het onderzoek waarover ik las, was uitgevoerd in Denemarken. De onderzoekers hadden een kookboek met 21 typisch Deense recepten dat in verschillende edities was uitgegeven tussen 1909 en 2009, vergeleken: de eerste editie en de laatste editie als het gaat om portiegrootte.


De portiegrootte is berekend door de ingrediënten per gerecht uit te rekenen in calorieën. De gemiddelde portiegrootte per gerecht (van de 21 gerechten in het kookboek) was 21% groter in 2009 dan in 1909. Als werd gekeken naar samengestelde gerechten (zetmeelcomponent, groenten, vlees, saus of jus), dan was de portiegrootte in calorieën gestegen met 77% ! Uitgesplitst per component was de portiegrootte van vlees gestegen met 27%, van zetmeelprodukten met 148%, van groenten met 37% en van saus met 47%. Conclusie van de onderzoekers was dan ook dat de portiegrootte van typisch Deense gerechten aanzienlijk is gestegen in de afgelopen 100 jaar en dat dat een belangrijke factor is bij het risico op het ontwikkelen van overgewicht en obesitas.
Het tweede artikel dat ik las was een artikel in The New York Times, dat ging over het leeg eten van het bord. Zeker in het licht van het hierboven beschreven artikel, was dit interessant. Want zeker als we de laatste 100 jaar alleen maar méér zijn gaan eten, dan is het (moeten) leeg eten van het bord op zijn minst betwistbaar.
Kinderen worden geboren met het vermogen te eten naar behoefte. Het hele idee van borstvoeding is hier natuurlijk op gestoeld. De borstvoeding wordt bij de moeder aangemaakt naar de behoefte van het kind. Maar ook daarna, als het kind groter wordt (peuter, kleuter) is het goed in staat hoeveelheden te eten die bij hem passen. Natuurlijk bepaalt de ouder: wat, waar en wanneer er gegeten wordt. Er zijn tijden geweest (denk aan onze overgrootouders, grootouders en ook onze ouders) dat eten niet in overvloed was. Toen was het heel belangrijk om te eten wat er was op het moment dat het beschikbaar was. Vandaar dat het leeg eten van het bord door hen als heel belangrijk werd ervaren. De generaties van nu hebben die associatie niet of minder. Eten is er altijd en overal. In 2007 een onderzoek waaruit bleek dat toch 85% van de ouders hun kind proberen tijdens de maaltijd méér te laten eten door ze te complimenteren, aan te moedigen, uit te leggen waarom en door te belonen met voedsel (het toetje, bijvoorbeeld!).
Misschien door deze beide artikelen naast elkaar en door ouders bewuster te maken van de keuzes die bij hen liggen (de 3 W’s, zie boven), wordt het makkelijker om alleen nog de hoeveelheid wel door hun kind zelf te laten bepalen.

donderdag 18 juli 2013

Obesitas: global epidemic


Tijdens mijn vakantie in de Verenigde Staten viel het me (weer, net als in voorgaande jaren) op hoe ontzettend zwaar Amerikanen zijn. Met name in de zuidelijke staten van de VS waar wij vorig jaar en ook dit jaar waren, is het aantal mensen met obesitas heel groot. Ze bepalen letterlijk het straatbeeld. Hele families gaan als het ware schommelend over straat.
In de grote supermarkten kun je kiezen of je een karretje neemt om je boodschappen toe doen, of een scootmobiel. Heel veel aankopen kun je via een drive-thru doen (eten, apotheek, koffie, geld pinnen). Je blijft lekker in de auto zitten tijdens het boodschappen doen. Bij sommige pinautomaten staat zelfs een bordje 'walk-up ATM'. Dit betekent zoveel als: je moet naar dit pinautomaat lopen.

Niet alleen in het algemene straatbeeld was het aantal mensen met overgewicht of obesitas groot. Maar ook op plekken waar je het misschien anders zou verwachten. In sportwinkels bleken niet alleen heel veel klanten zwaarlijvig, maar ook het personeel. Ik ging sportschoenen kopen en zat schoenen te passen in de buurt van een obese dame die ook schoenen ging kopen. De verkoper vroeg aan haar: gaat u er ook mee hardlopen? Ze zei van niet, maar ze ging er wel mee lopen op een loopband. Overigens is het in Amerika heel normaal om het grootste deel van je leven door te brengen op sportschoenen. Of je nu gaat sporten of niet. Ze zijn nu eenmaal comfortabel. Veel Amerikanen zien eruit alsof ze op het punt staan te gaan sporten, maar doen dat in werkelijkheid zelden of nooit. Ook oudere mensen dragen sportschoenen en worden heel schattig q-tips genoemd (wattenstaafje: witte haren boven en witte sportschoenen onder).
Eenmaal weer thuis wilde ik er wat over opzoeken, omdat ik toch wel benieuwd was naar de  rondom overgewicht en obesitas in Amerika, bleken mijn waarnemingen te kloppen met de cijfers: 65% van de Amerikaanse vrouwen en 75% van de mannen heeft overgewicht. Daarnáást heeft 1 op de 3 mensen obesitas (ernstig overgewicht).
En hoe zit het dan in Nederland? Ik vind het jammer dat op tv altijd de mensen met extreem overgewicht worden belicht (in programma’s zoals Obese). Want hoewel we nog niet heel dicht bij de cijfers van de VS komen, is ook het aantal mensen met overgewicht en obesitas hier heel groot. Volgens het CBS (juli 2012) had in 2011 54% van de mannen en 43% van de vrouwen (20+ jaar) overgewicht (BMI ≥ 25). Tien procent van de mannen en 13% van de vrouwen had obesitas (BMI > 30).

Volgens de laatste cijfers van de Wereld Gezondheidorganisatie (WHO) zijn er nog steeds wereldwijd 1,6 miljard volwassenen met overgewicht en lijden er minstens 400 miljoen volwassenen aan obesitas. De dramatische toename van het wereldwijde lichaamsgewicht wordt door de WHO bestempeld als Global Epidemic. Als deze ontwikkeling doorzet, zullen tegen 2015 zo’n 2,3 miljard mensen te zwaar zijn, van wie er zeker 700 miljoen aan obesitas lijden.

donderdag 23 mei 2013

Kaas

Op een zaterdagmiddag even de stad in lopen en dan inkopen gaan doen bij een kazenspeciaalzaak, heerlijk! Mijn favoriete kaaswinkel in de stad (De Kazerij, op de Twijnstraat) is van plafond tot vloer gevuld is met de heerlijkste kazen.
In de New York Times lees ik een artikel over hoe zout, suiker en vet in voedsel kan leiden tot overeten: waarom kun je na 1 stukje/ portie/ hap niet meer stoppen? Kaas is daar zo’n voorbeeld van. In het artikel wordt verteld dat de kaasconsumptie in Amerika is verdrievoudigd sinds de jaren ’70. En dat kaas steeds vaker als ingrediënt wordt gebruikt. Niet alleen op de pizza zit kaas, maar de korst van pizza wordt ingespoten met kaas, op heel veel gerechten kun je gesmolten kaas bestellen (over tonijn op een broodje: tuna-melt, en over patat: cheese-fries), en kaas wordt toegevoegd aan chips, crackers en koekjes. De auteur van het artikel beschrijft hoe het eetpatroon van Amerikanen wordt beïnvloed door de voedselindustrie. Zij doen dat door voedsel te creëren dat hoge concentraties vet, suiker of zout heeft. Want onze voedselkeuze is van nature gebaseerd op en wordt beïnvloed door voedingswaarde. Hoe meer voedingswaarde, des te aantrekkelijker/ lekkerder wordt het eten ervaren.  Dit wordt energie-smaak conditionering genoemd. Als je ver terug gaat in de tijd, is dit een natuurlijk overlevingsmechanisme in mens en dier. Want als er niet veel te eten is, dan is het wel zo slim om iets te eten dat veel voedingswaarde heeft. Dan kun je er een tijdje mee vooruit. Vandaar dat onze voorkeur uitgaat naar voedsel met veel calorieën.
Kaas eten dat kunnen we ook in Nederland wel. In cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek lees ik dat de kaasconsumptie in de jaren ’50 van de vorige eeuw nog 14 gram per dag was, nu is dat 49 gram per dag. Dat is ruim 3x zo veel. De manier waarop we kaas eten is ook veranderd. We eten vaker kaas als tussendoortje, we kiezen vaker voor buitenlandse kazen en gebruiken steeds meer verse kaas en geitenkaas. Daarnaast gebruiken we meer kaas bij de warme maaltijd.
Dat laatste merk ik ook op het spreekuur. Kaas is wordt toegevoegd aan pastamaaltijden, op pizza, in salades, in tosti’s, in stamppotten, wordt tijdens het borrelen gebruikt en vaak ook tijdens het koken wordt er kaas gegeten. Ook een bekende die ik vaak hoor: tijdens het afsnijden van een plak kaas voor op de boterham wordt er ook vaak een extra plakje in de mond gestopt.
Dat de kaasconsumptie is gestegen in de loop der jaren en dat ook het aantal mensen met overgewicht stijgt, is niet verwonderlijk. Kaas is namelijk een grote bron van vet. Let wel, verborgen vet. Want als je het hebt over vet eten, dan denken mensen op het spreekuur eigenlijk nooit op de eerste plaats aan kaas. Ik vertelde hierboven al dat de huidige consumptie van kaas nu 49 gram per dag is. De aanbeveling is 30 gram per dag, en bij voorkeur een magere soort (20+ of 30+).
Hoe pas je dan zo’n bezoek en de aankopen in een kaas speciaalzaak op een goede manier tóch in je leven? Door het te gebruiken als vleesvervanger, door er niet te veel van te eten en door dit niet al te vaak te doen. Bovendien houd je het dan ook echt speciaal.

donderdag 18 april 2013

Marathon

Een paar weken geleden liep ik mee met de Venloop. Een evenement voor hardlopers waarbij verschillende afstanden gelopen konden worden. In totaal deden er 20.000 mensen mee. Bij dit soort grote evenementen zijn natuurlijk veel sponsors betrokken. Na het rennen wordt door hen aan de renners drinken en soms ook eten verstrekt. Ik was blij verrast dat ik na afloop niet alleen het obligatoire flesje sportdrank, maar ook een flesje water, een banaan en een bakje snoeptomaatjes kreeg aangeboden.
Afgelopen weekend was de Marathon Rotterdam. Weer een heel groot evenement met ruim 22.000 deelnemers. De weersomstandigheden waren deze keer heel anders. Liep ik in Venlo nog met temperaturen rond het vriespunt, deze keer was het bij de start al 14 graden en rond finishtijd liep de temperatuur al op richting 18 graden. Na de finish werden ook weer bananen en flesjes sportdrank uitgedeeld, en bekertjes water. Omdat het zo warm was, vond ik een bekertje water erg weinig, maar het was zó druk dat het voor de bekertjesvullers bijna niet bij te benen was om ze te vullen met tuinslangen en te scheppen uit emmers, dat bijvullen helemáál niet te doen was.
Natuurlijk is het voor de sponsors van zo’n evenement heel belangrijk om goed in beeld te zijn, hun producten goed tentoon te kunnen spreiden, maar zeker voor de afstand die ik loop (meestal 10 km) is het helemaal niet nodig om daarna sportdrank te drinken. De flesjes sportdrank die worden uitgedeeld mogen dan isotoon zijn, maar ze bevatten nog steeds 5 klontjes suiker. Dit in tegenstelling tot de hypertone sportdranken die men vaak koopt in sportkantines en supermarkten, die bevatten 10 klontjes suiker in 330 ml. Ik had het fijner gevonden als er voor deze afstand naast de banaan flesjes water werden uitgedeeld. En ik vond het heerlijk om in Venlo tomaatjes te krijgen, maar ik begrijp dat het afhankelijk is van de sponsor of dat wordt gedaan.
Nu is Rotterdam (evenals Utrecht) een JOGG gemeente. JOGG staat voor Jongeren Op Gezond Gewicht. JOGG is de beweging voor een gezonde omgeving en een gezonde jeugd. Iedereen in een stad, dorp of wijk zet zich in om gezond eten en bewegen voor jongeren gemakkelijk en aantrekkelijk te maken. Het is een lokale, duurzame, intersectorale aanpak die bewezen effectief is om de stijging van overgewicht bij jongeren (0-19 jaar) om te zetten in een daling. Publieke en private partijen werken nauw samen. Gemeenten vervullen een spilfunctie. Zij nemen de regie op zich zodat samenhang en samenwerking gewaarborgd is. Gisteren las ik in de Volkskrant dat uit trendonderzoek blijkt dat bij Rotterdamse basisschoolkinderen het overgewicht stabiliseert. Eind 2003 constateerde de gemeente Rotterdam dat het overgewicht onder de Rotterdamse jeugd bleef toenemen. Daarop heeft de gemeente met het programma Rotterdam Lekker Fit! geïnvesteerd in bijvoorbeeld meer beweging op school. Daarnaast is Rotterdam in 2010 aangesloten bij JOGG om het effect van Lekker Fit! te kunnen uitbreiden. Met resultaat: de uitkomsten van het meerjarig onderzoek uitgevoerd door de GGD Rotterdam-Rijnmond laten zien dat de stijgende overgewichttrend is gestopt.
Natuurlijk is de Marathon niet bedoeld voor kinderen, maar er kwam afgelopen zondag bijna 1 miljoen mensen naar de stad om het evenement bij te wonen. Het was in het kader van JOGG wel goed geweest als de boodschap van water drinken na sporten beter was uitgelicht. Nu was de stad bezaaid met lege flesjes sportdrank. Leuk voor de sponsor, niet goed voor JOGG.

woensdag 20 maart 2013

Slaap

In een artikel in The New York Times lees ik over de relatie tussen slaapgebrek en overgewicht. Mensen die ’s nachts regelmatig maar 5-6 uur slapen, hebben een grotere kans op het ontwikkelen van overgewicht.
Dit effect is al langere tijd bekend. Het heeft te maken met verstoorde hormoonspiegels van cortisol, ghreline en leptine. Cortisol is een stresshormoon dat méér wordt aangemaakt als je erg lang wakker bent. Een teveel aan cortisol leidt tot verhoogde glucosewaarden in het bloed. Dit zorgt ervoor dat de alvleesklier meer insuline gaat aanmaken om de bloedglucosewaarden te laten dalen. Het overschot aan glucose wordt in het lichaam opgeslagen als vet. Ghreline zorgt voor eetlust. Een hogere waarde van grheline zorgt voor een toename van de eetlust. Tegelijkertijd is er een tekort aan leptine, het hormoon dat zorgt voor verzadigingsgevoel. Als er minder leptine is, dan is het verzadigingsgevoel minder. Dit allemaal samen leidt op langere termijn tot gewichtstoename. Tot dusver niets nieuws.
Maar dit onderzoek waarover The New York Times schreef, toonde aan dat ook op korte termijn (binnen een paar dagen zelfs) slaaptekort kan leiden tot het ontstaan van overgewicht. Bij de Universteit van Colorado is onderzoek gedaan naar de effecten van slaaptekort op het eetgedrag en het ontstaan van overgewicht op de korte termijn. Zij ontdekten dat mensen die per nacht 5 uur slaap hadden, de volgende dag niet alleen veel meer, maar ook calorierijker voedsel kozen en aten dan mensen die een nacht van 9 uur slaap hadden gehad. Opvallend was ook dat met name werd gekozen voor voedsel met een hoog gehalte aan koolhydraten en daarnaast werd gevonden dat er vooral meer werd gegeten in de uren na het avondeten en dat mensen een kleiner ontbijt gingen eten.
De onderzoekers vonden dat mensen met een korte nacht zo’n 6 procent hogere energie inname hadden dan mensen met een normale nachtrust. Na een week waren de mensen met het slaaptekort een kilo aangekomen in gewicht. Op het moment dat mensen wel weer voldoende slaap kregen (in ieder geval 8 uur per nacht), werd het eetgedrag ook weer zoals het was.  Na een week van slaaptekort werden de groepen namelijk omgeruild en kregen zij juist lange nachten van 9 uur slaap. Zij verloren in die week een deel van de kilo die ze de week ervoor waren aangekomen, maar niet kwamen niet helemaal terug op het startgewicht.
Op het spreekuur is deze informatie voor de meeste mensen niet heel interessant, maar ik denk wel dat het voor specifieke groepen mensen belangrijke informatie is. Denk bijvoorbeeld aan mensen met wisselende diensten, zoals verpleegkundigen, en anderen werkzaam in ploegendiensten. Ook zij hebben een verstoord slaap- en waakritme. En zij hebben doordat ze op andere momenten van de dag hun slaap moeten pakken, soms ook korte slaapperioden. Doordat dit inherent is aan hun beroep, is dit niet te vermijden. Maar misschien wel iets om bij stil te staan en meer waardering te hebben voor voldoende slaap.

donderdag 7 maart 2013

Obese

Op zondagavond zit ik steevast voor de tv, benieuwd naar welke kandidaat nu weer mee zal doen met het tv-programma Obese. En of de kandidaat het doel behaalt dat coach Radmilo Soda voor zijn deelnemers vaststelt bij de start. Ik vind het een interessant programma omdat de meeste kandidaten het doel wat hen gesteld is bij benadering wel halen. En dat is vaak heel anders op het spreekuur. Ten eerste bepalen mijn cliënten over het algemeen zelf hun doel. Ten tweede lukt het hen lang niet altijd om dat doel te bereiken.
Het is heel kort door de bocht in het begin altijd hetzelfde soort verhaal dat de kandidaten vertellen: ze waren als kind al te zwaar, daarna liep dat enigszins uit de hand door stoppen met sporten, druk gezinsleven of drukke baan. Toen overleed er een ouder of broer of zus en men werd onverschillig, bleef maar thuis zitten en eten en daarna was er helemaal geen stoppen meer aan de enorme gewichtstoename.
Dat stuk snap ik nog wel. Maar hoe kan het zijn dat ze stuk voor stuk binnen 1 jaar tijd, namelijk in 300 dagen, zo’n 60-80 kg afvallen? Dat is vaak ongeveer een derde deel van hun totale gewicht. Ik vind het jammer dat dat in het programma niet zo heel duidelijk wordt. Komt het dan puur en alleen door de begeleiding van de sportcoach, de adviezen van de voedings-coach en de gesprekken bij de psycholoog? De camera, en de druk van het televisieprogramma, heeft dat nog effect? Want al jaren eerder was er toch ook het levensbedreigend gevaar van het overgewicht, de vereenzaming door het binnenblijven en op de bank zitten, het losraken van het gezinsverband omdat hele gewone dingen niet meer kunnen door het gewicht (denk aan samen wandelen, winkelen, voetballen, naar een pretpark, etc). Waardoor doen ze het nu opeens anders?
Want de deelnemers die stuk voor stuk passieve bankhangers zijn, worden allemaal sportief en krijgen veelal zelfs plezier in bewegen. Wat drijft iemand die jarenlang niet gesport heeft, om dagelijks om 5.00 uur de wekker te zetten om anderhalf uur te sporten voordat ze naar het werk gaat? Ik vind het al moeilijk om mijn cliënten te motiveren om elke week 2 uur te gaan sporten. Reacties die ik krijg zijn: geen tijd, niet leuk, ben geen sporter, dan ga ik teveel zweten, ik denk niet dat het helpt.
 Ook hun eetgewoonten en eetgedrag veranderen. Ze kiezen andere soorten eten en ze eten in het algemeen minder. Dat gaat met periodes goed en minder goed, ze krijgen geregeld een terugval, maar pakken het toch weer op en gaan door. Ongekend doorzettingsvermogen laten ze opeens zien, terwijl ze in de jaren ervoor alleen maar passief waren en het allemaal maar lieten gebeuren.
En ik moet hierbij denken aan het SEO rapport. Daaruit bleek dat méér consulten bij de diëtist leiden tot grotere effecten in termen van gewichtsverlies, verlaging van het cholesterol en verlaging van het bloedsuikergehalte. Kortom, we moeten onze cliënten vaker zien, en dat zal hen helpen hun doelen te bereiken.

donderdag 10 januari 2013

Superfood

Gisterenochtend kwam ik thuis na het sporten en ik ging met koffie en een schaaltje havermout aan tafel zitten om de krant te lezen. In de Volkskrant stond een reeks artikelen over superfoods. Eten dat ons gezonder maakt, waar we langer door kunnen leven en waar we ook nog eens een tikje slanker van kunnen worden. Kortom, een nieuw soort diëten.

In het artikel werden 3 nieuwe diëten besproken, die allemaal hun eigen richtlijnen hadden om ultieme gezondheid en verlengde levensduur te bereiken. Deze richtlijnen bleken zo ongeveer lijnrecht op elkaar te staan. Wat in het ene dieet een absolute must was, werd in het andere dieet als grote boosdoener gezien. Werd ik er vooralsnog blij van dat ik aan de havermout zat terwijl ik las over De Voedselzandloper waarin havermout de hemel in werd geprezen, kwam ik daarna aan bij het tweede dieet OERsterk, waarin staat dat granen (dus ook haver) en koemelk gemeden dient te worden. Als derde werd het nieuwe boek van Ivan Wolffers besproken, aan de hand van een interview. Hij vertelt dat gezond eten en lang leven vooral te maken hebben met gematigdheid. Mensen moeten minder eten. Zo worden ze gezonder en leven ze langer.

Ik hang het meest de theorie aan van Wolffers. Wat hij zegt, heeft duidelijk een punt. Minder eten. Natuurlijk vooral van de ongezonde produkten: koek, snoep, chocolade, gebak, fastfood, gefrituurd eten, vetrijk eten en suikerrijke dranken. Deze boodschap geven we al zo lang mee op het dieetspreekuur. Daarnaast zijn er ook al jaren allemaal spannende, innovatieve, resultaatgerichte diëten die al dan niet een hype worden (denk aan Montignac, Sonja Bakker, South Beach dieet, …. noem maar op). Toch heeft bijna de helft van alle volwassen Nederlanders, te weten 48% overgewicht.

Sinds 1980 is het aantal mensen met overgewicht in Nederland letterlijk verdubbeld. Aan het begin van een nieuw jaar willen mensen vaak een nieuwe start maken. Goede voornemens, de neus weer richting het voorjaar, maakt dat mensen toch weer een afvalpoging willen doen, een dieet willen volgen om af te vallen. Als er al zoveel diëten bestaan, en tóch worden mensen steeds zwaarder en zwaarder, zou je zeggen dat we daar wel een les uit zouden kunnen trekken. Diëten om af te slanken werken niet. Althans, niet op lange termijn.

En als we die nieuwe diëten nu dan niet willen volgen om af te vallen maar om gezonder en langer te leven? Over het langer leven zegt Ivan Wolffers: ‘al ruim 130 jaar worden we elk jaar ouder en de gemiddelde levensverwachting zal nog wel een tijdje doorstijgen [..]. We leven ook steeds ongezonder en worden daarmee ongezonder, tegelijk zijn we steeds beter in staat met allerlei chronische aandoeningen om te gaan’.

Terug naar mijn werk en het praktisch toepassen van het uitbrengen van de boodschap om gezonder eten. Het is op het dieetspreekuur al zo moeilijk om dat over te brengen, om mensen te ondersteunen in gedragsverandering. En kijkend naar wat mensen eten, hoeveel mensen eten, wanneer en met welke redenen, dan denk ik een simpele, eenduidige boodschap ons veel meer oplevert in de strijd tegen overgewicht dan al deze nieuwe diëten die elkaar zo tegenspreken.

woensdag 24 oktober 2012

Civil War

Tijdens onze vakantie in de southern states van de Verenigde Staten, kwamen we bij het afzakken langs de rivier de Mississippi langs Vicksburg. In dit stadje werd in de periode van 18 mei – 4 juli 1863 een deel van de civil war (de burgeroorlog) uitgevochten. Op de battlefields (de slagvelden) van weleer is nu een museum en zijn talloze beelden, oorlogsrelikwieën en monumenten in de battlefields geplaatst. Voorafgaand aan het betreden van de battlefields, konden we naar een film kijken die vertelde over de geschiedenis en de ontwikkelingen tijdens de slag om Vicksburg.
Nou zijn Amerikanen dol op re-enactments. Re- enactment is het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen, meestal op de plaats waar deze oorspronkelijk plaats vonden, door deelnemers in historisch kostuum. De film die wij zagen, bestond deels uit foto’s en materialen van destijds en deels was het nagespeeld door acteurs.
De verschillen tussen de beelden van de strijders van toen (zo’n 150 jaar geleden) en de acteurs van nu was onwaarschijnlijk groot. Het beeld van de tanige soldaten in zwart-wit in vergelijking met de weldoorvoede en stevige Amerikanen van nu was werkelijk een wereld van verschil, hoewel dat in letterlijke zin niet zo was: destijds waren het ook de Amerikanen uit dezelfde regio die tijdens de gevechten daar waren.

Deze beelden gaven mij zo ontzettend te denken dat ik me maar met moeite op de historische inhoud van de film kon concentreren. Toch had dit helemaal niet als een verrassing voor mij moeten komen. Bekend is dat gemiddeld genomen het percentage overgewicht onder volwassenen in de afgelopen 30 jaar met ruim 50% is gestegen(!). In 2010 had de helft van de mannen en vier op de tien vrouwen overgewicht. Van het aantal volwassenen met overgewicht had 10,2% van de mannen en 12,6% van de vrouwen obesitas (= ernstig overgewicht).
Bij voorlichtingen of scholingen die ik geef in het kader van de preventie van overgewicht van kinderen, (bijvoorbeeld voor ouders of leerkrachten) maak ik zelf (evenals mijn collega’s) ook gebruik van beelden om de verschillen tussen 30 jaar geleden en nu te laten zien. Bij het bekijken van schoolfoto’s van 30 jaar geleden en deze te leggen naast de schoolfoto’s van de kinderen van nu, kun je ook onmiskenbaar grote verschillen zien. Natuurlijk komt dat ook niet als een verrassing, maar het is voor ouders heel treffend om foto’s van zichzelf te kunnen vergelijken met die van hun kinderen. Dat maakt dat het allemaal veel dichterbij komt en het dwingt mensen naar zichzelf en hun eigen gewoonten te kijken.
Gemiddeld genomen is het percentage overgewicht onder jongeren in 30 jaar met 40% gestegen. In 2010 had 13,7% van de jongens en 13,0% van de meisjes overgewicht. Van het percentage jongeren met overgewicht in 2010 had 3,4% van de jongens en 3,0% van de meisjes obesitas.
Opvallend is, dat als je vraagt aan ouders of leerkrachten of ze hun kinderen en leeftijdsgenoten te zwaar vinden, dat hun antwoord heel vaak nee luidt. Hoe dat kan, heeft te maken met gewenning. We zijn gewend aan het beeld van nu, en dat maakt dat het ons ‘nieuwe normaal’ is. Als je vraagt aan een leerkracht om de kinderen met overgewicht in de klas aan te wijzen, dan zal zijn blik vallen op de kinderen met obesitas. De kinderen met overgewicht worden er zelden aangewezen. Dat geldt voor ons allemaal. Overgewicht zien we gewoonweg niet meer, het valt niet op omdat het alomtegenwoordig is. De foto’s en beelden kunnen ons helpen de werkelijkheid onder ogen te zien.

donderdag 4 oktober 2012

Soda War

Het is half september als ik op het journaal hoor dat het voorstel van de burgemeester van New York, Michael Bloomberg, over het beperken van de hoeveelheid frisdrank (per beker), is aangenomen. Dit voorstel houdt in dat bekers frisdrank niet groter mogen zijn dan 16 ounces, dat wil zeggen een krappe halve liter (473 ml). Dit maakt dat het verboden is voor restaurants, koffietentjes, straatverkopers, sporthallen en bioscopen om gezoete dranken te schenken die groter zijn dan deze maat of om klanten grotere bekers (dan 473 ml) mee te geven als ze het zelf mogen inschenken. Dit geldt voor de hele stad New York.
Onnodig te zeggen dat dit voorstel een hele hoop kritiek kreeg. De term Soda War (frisdrank-oorlog) ontstond en werd al snel door iedereen als samenvatting voor deze maatregel gebruikt. Mensen vinden het overbeschermend, bemoeizuchtig en irrationeel dit opgelegd te krijgen bij wet. Toch is deze regel er een in een serie van regels (allemaal opgelegd door Michael Bloomberg) die te maken hebben met het verbeteren van de gezondheid. De eerdere regels gingen over het rookverbod in openbare ruimtes, het beperken van transvetzuren en verplichte aanduiding van de hoeveelheid calorieën per portie in fastfood restaurants (met die laatste regel zijn juist veel mensen blij).
De regel die nu nieuw is, het beperken van de grootte van de beker, geldt helaas niet voor dranken op melkbasis (denk aan grote cappuccino’s, caffe latte’s en milkshakes), vruchtensappen, alcoholische dranken en light frisdranken. Op de light frisdranken na, zijn ook dit stuk voor stuk hele calorierijke dranken.
Terwijl ik het nieuws hoor, probeer ik te bedenken hoe mijn eigen standpunt is over deze regel. Ben ik het ermee eens, of is het tóch overbeschermend, bemoeizuchtig en irrationeel?  Denkend aan de spreekuren en alle scholingen, cursussen en voorlichtingen die mijn collega’s en ik geven over gezond drinken, dan past zo’n regel over bekermaten daar inderdaad niet in. Wat wij veel meer doen is het vergroten van de bewustwording. Dat doen we bijvoorbeeld door het berekenen van de hoeveelheid suiker die iemand op een dag binnenkrijgt met het drinken. Door te tellen wat mensen gebruiken en dat met ze te bespreken en ze een manier laten bedenken om dit te beperken, hebben mensen zelf een beslissing genomen over wat, hoe en wanneer ze iets in hun gewoonten veranderen en dat is toch echt iets heel anders dan het opgelegd krijgen.
Een rekenvoorbeeld is het meest duidelijk hierbij. Het gebruik van 20 klontjes suiker per dag is eerder regel dan uitzondering. Denk aan een glas sinaasappelsap bij het ontbijt, 6 kopjes koffie of thee met 1 schepje suiker, een glas ijsthee in de middag en ’s avonds nog een glas frisdrank (let wel: ik neem hier niet eens alcohol in mee, dan zou de berekening hoger uitvallen. Bedenk ook dat ik hierbij uit reken met glazen van 200-250 ml. Geen Amerikaanse glazen van een halve liter). 20 klontjes suiker per dag is 140 klontjes suiker per week, dat is 2800 calorieën per week alleen aan de consumptie van suiker. Als je bedenkt dat de gemiddelde energiebehoefte van een vrouw 2000 calorieën per dag bedraagt en voor een man 2500 calorieën, dan is 2800 calorieën dus ruim een hele dag extra eten per week.
Voor een burgemeester in een stad waar 9,5 miljoen mensen wonen in een gebied van bijna 800 km2, is het misschien toch de snelste en meest efficiënte oplossing voor een letterlijk onwaarschijnlijk snel groeiend probleem (overgewicht en obesitas) om er maar een wetsregel van te maken en zo de frisdrankconsumptie terug te dringen. Natuurlijk hoop ik dat ook in NY meer tijd en geld wordt gestoken in een gedegen voorlichting waardoor mensen toch hun keuzes zelf kunnen maken.