In De Volkskrant lees ik: ‘Randstedeling wordt eenzaam en dik. In de vier grote steden ook forse toename van depressie en diabetes verwacht’. In Den Haag heeft de GGD een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat het aantal inwoners met overgewicht, lijdend aan eenzaamheid en met verhoogd risico op angst, depressie, diabetes of een hartinfarct fors zal gaan stijgen. En epidemiologen (die de verspreiding van ziekten onder de bevolking bestuderen) zeggen dat dit ook geldt voor Amsterdam, Utrecht en Rotterdam.

De GGD pleit voor een betere samenwerking door de gezondheidspartijen in de wijken om een preventie structuur te kunnen maken. Zij willen dat juist minder mensen gaan lijden aan angst, depressie, eenzaamheid en overgewicht. Dan komt natuurlijk voorlichting over gezond eten en bewegen aan de orde. In Utrecht heb ik de ervaring dat daar al heel serieus aan wordt gewerkt. In het artikel wordt ook genoemd dat het heel moeilijk is om voorlichting en adviezen over gezond leven bij mensen aan te laten komen. In mijn ogen is dat zowel letterlijk als figuurlijk. Wat ik vaak merk aan voorlichtingen is dat er vaak juist mensen komen die zelf al het belang van een gezonde leefstijl inzien. En soms ook al begonnen zijn om veranderingen te maken in hun eet- en beweeg gewoonten. De mensen die je niet te pakken krijgt, die je niet ziet, die je niet bereikt, dat zijn de mensen die je eigenlijk erbij wilt hebben. Hoe moet dan die gezondheidsvoorlichting eruit zien en voor wie is het wél bedoeld?
Er bestaan verschillende vormen van preventie. Universele preventie richt zich op de algemene bevolking. Zij hebben geen verhoogd risico op ziekte. Selectieve preventie richt zich (ongevraagd) op (hoog)risicogroepen in de bevolking. Het opsporen en toe leiden naar de zorg is onderdeel van deze preventie. Geïndiceerde preventie richt zich op individuen die veelal nog geen gediagnosticeerde ziekte hebben, maar wel risicofactoren of symptomen. Geïndiceerde preventie heeft tot doel het ontstaan van ziekte of verdere gezondheidsschade te voorkomen door een behandeling. Zorggerelateerde preventie richt zich op individuen met een ziekte en heeft tot doel hen te ondersteunen bij zelfredzaamheid, ziektelast te reduceren en ‘erger’ te voorkomen.
Wat wenselijk is, is daarom tóch die opsporing en tijdige signalering. En dan kan vervolgens geïndiceerde en zorggerelateerde preventie ingezet worden. Daar komen de wijkteams en hun netwerken (onder andere diëtisten!) in beeld.