donderdag 14 juli 2016

Skinnygirl


We zijn op vakantie in de Verenigde staten en we lopen door een supermarkt. Dat vinden we allebei leuk: kijken wat er voor producten zijn en vooral kijken wat er anders is dan thuis. Na een tijdje komen we langs een schap met wijn. Waar we in Nederland veel wijn uit Frankrijk tegenkomen, zijn hier ook veel wijnen uit Californie. Napa en Sonoma zijn hier grote wijngebieden. “Kijk, zegt mijn vriend dan, deze wijn heeft maar 100 calorieën per glas. En hij heet Skinnygirl.” Ik kan er wel om lachen. Bijna alle wijn is namelijk ongeveer 100 calorieën per glas. Dat kan wel op elke fles in dit schap staan. Het is dus vooral een goede marketing.

Op het spreekuur is alcohol ook vaak een onderwerp van gesprek. Bijvoorbeeld als het gaat om minder calorieën binnenkrijgen, bij de wens om af te vallen. En wat is een glas wijn? In Nederland bevat een standaardglas alcoholhoudende drank ongeveer 10 gram alcohol. Die hoeveelheid alcohol zit in ongeveer 250 milliliter bier (5% alcohol), 100 milliliter wijn (12% alcohol) en 35 milliliter sterke drank (35% alcohol).

Een fles wijn bevat doorgaans 750 ml. Dat betekent dat je met een standaardhoeveelheid van 100 ml ruim 7 glazen uit 1 fles zou moeten kunnen schenken. 100 ml witte wijn bevat 67 calorieën, 100 ml rosé bevat 71 calorieën, 100 ml rode wijn bevat 82 calorieën. Maar met alle diversiteit in wijnglazen, komt het er vaak op neer dat er zo’n 4, hooguit 5 glazen uit 1 fles worden geschonken. En dan ligt het aantal calorieën per glas dus hoger. Uitgaande van een glas van 150 ml (5 glazen uit 1 fles), hebben de witte en de rosé 100 calorieën en de rode wijn 120 calorieën. Een glas bier (250 ml) bevat 115 calorieën.

Alcohol en de maatschappelijke gedachten erover, zijn ook interessant. Kom je na 17.00 uur in een volksbuurt, en zitten de mensen met een biertje in hun voortuin, dan wordt dat vaak gezien als ‘een tikje asociaal’. Kom je bij mensen die voor het avondeten nog een wijntje opentrekken aan de keukentafel, voor of tijdens het koken, dan is het ‘borrelen’  en ‘gezellig’.

In 2015 zijn de nieuwe Voedingsrichtlijnen gepresenteerd. In de richtlijnen uit 2006 werd nog de aanbeveling gedaan alcoholgebruik te beperken voor vrouwen tot 1 glas per dag en voor mannen tot 2 glazen met daarbij het advies niet elke dag. Nu zijn de richtlijnen gewijzigd in: Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag. De verklaring hiervoor is: meer drinken dan een glas per dag leidt niet tot meer gezondheidswinst en is ongunstig vanwege de verhoogde risico’s op beroerte, borstkanker, darmkanker en longkanker die een dergelijk consumptieniveau meebrengt.

Hooguit 1 glas per dag dus, dat betekent in veel gevallen zo’n 100 calorieën. Als je voorheen (gemiddeld! denk bijvoorbeeld aan feestjes en weekenden met uitschieters) 2 of 3 glazen per dag dronk, scheelt je dit toch weer 700-1400 calorieën per week. Proost! Op je gezondheid!

donderdag 30 juni 2016

Bumpy road

Soms zie je een plaatje dat zó herkenbaar is. Neem nou deze: het laat zien hoe mensen hun doel voor ogen hebben en ook de weg ernaar toe. Maar dat het eigenlijk zelden zo loopt als gepland.



Een weg met hobbels
Mensen hebben eigenlijk altijd het idee dat als ze zich gaan inzetten om te gaan afvallen dat het ook wel lukt. Ik doe het en dan bereik ik wat ik wil.
Maar je (eet)gedrag veranderen is een proces. Je bewandelt een weg om je doel te bereiken en niet zelden is dat een bumpy road. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat het je heel goed lukt om je veranderingen te maken op werkdagen. Er is dan veel structuur, je eet op vaste momenten, misschien ook wel wat je zelf hebt meegenomen. Er zijn weinig verleidingen, je nieuwe eetstijl in ritme vasthouden lukt goed. Maar dan wordt het weekend of het is vakantie en je dagritme verandert, je eet onregelmatig, er is een feestje of een verjaardag, je gaat uit eten of een weekendje weg…. Je voelt het al: bumpy road.


Plannen en voorbereiden
Andersom kan het ook: dat juist vrije dagen heel goed gaan omdat je tijd hebt om eten te kopen, een gezonde maaltijd klaar te maken, rustig tijd hebt om te eten. En dat juist de werkdagen heel gehaast verlopen, te weinig tijd om eten klaar te maken om mee te nemen, hongerig thuiskomen na het werk en wel een zak chips in de kast hebben liggen, een stuk kaas of worst in de koelkast maar (nog) geen gezonde maaltijd of de ingrediënten daarvoor.



Emoties
Een ander voorbeeld is dat door een verandering in je thuissituatie of werksituatie het heel moeilijk wordt om je gedragsverandering vol te houden. Spanningen en emoties (familie in het ziekenhuis, financiële tegenvallers, examens moeten doen, veranderde werktijden of het verlies van je baan) leiden vaak tot overeten of het nieuwe eetritme kwijtraken.



Valkuilen en succesfactoren
Uiteindelijk is de weg naar je doel net zo belangrijk als het bereiken van het doel. Er is zelfs een liedje waar ik zelf regelmatig aan moet denken, van Miley Cyrus: It’s the Climb. Want die bumpy road leert je omgaan met veranderingen, omgaan met tegenslagen en opkrabbelen en voortgaan. Je ontdekt onderweg je succesfactoren en je valkuilen. Anders eten gaat niet alleen om het maken van de juiste keuzes als het gaat om gezonde voeding en de juiste portiegrootte maar óók om het indelen van je dag of je week. Wanneer doe je boodschappen, wanneer kook je, wanneer maak je een lunch pakketje klaar om mee te nemen naar het werk, vul je bakjes met rauwkost/ noten/ yoghurt als gezonde tussendoortjes, wanneer ga je sporten…..

Je ontwikkelt op weg naar je doel je eigen leefritme en zo kun je het volhouden. Zo maak je een nieuwe leefstijl die je kunt voortzetten ook als je je doel hebt bereikt. Dat zorgt voor gewichtsbehoud en voor het borgen van je behaalde doel.


donderdag 16 juni 2016

4x wit


“Eigenlijk is afvallen zo makkelijk. Gewoon 4x wit vermijden.” De uitspraak komt van een Turkse cliënt op het spreekuur. Zelf heb ik nog nooit van deze methode (?) gehoord, dus ik vraag of ze er wat over wil uitleggen. Ze vertelt dat het in de Turkse gemeenschap iets heel normaals is, dat 4x wit vermijden om af te vallen. En die vier witte dingen zijn suiker, zout, boter en meel.

Goh, wat een fijne simpele manier om dingen uit te leggen. En wij diëtisten maar moeilijk doen met het hele verhaal van de koolhydraten en de vetten. Waar zit het in, hoe herken je het  en welke effecten hebben ze in het lichaam. Nee, dan is vier keer wit toch wel een heel andere insteek. Uiteindelijk wordt hetzelfde bedoeld en hetzelfde bereikt.

Diëtisten vinden het fijn om dingen goed uit te leggen aan mensen. Hoe werkt ons lichaam; hoe gaan dingen goed en hoe gaan dingen fout. Denk aan het ontstaan van diabetes, de verhoogde bloedglucose, de vaatschade die het oplevert en dientengevolge de complicaties op lange termijn. Dat dat soms een heel moeilijk en ingewikkeld verhaal is, dat weten we wel. Maar we willen het toch wel graag vertellen. Het wordt nóg ingewikkelder als er een taalbarrière is. Onze cliënten zeggen dat vaak zelf al: “zeg maar gewoon wat ik moet doen”.

Dat zeggen wat iemand moet doen en vervolgens een dieetlijstje meegeven, dat doen we niet graag. Dat komt doordat er aan een dieet (en ook het volgen van een dieetlijstje van de diëtist) altijd een begin en een einde zit. Ik las daar laatst een mooie uitspraak over: A lifestyle doesn't have an endpoint.  A diet does. En dat is nou juist waar het probleem zit in horen van een ander wat je moet doen. Als je begrijpt waaróm je iets doet, dan kun je het je eigen maken.

Ik zie wel dat je met 4x wit een soort middenweg vindt. Je legt het niet helemaal uit, maar mensen weten wel wat ze moeten doen. En als het goed is, vinden ze daar wel hun eigen weg in. Dan is het dus wederom geen dieet maar wordt het een leefstijl. En als diëtist heb je dan nog genoeg te vertellen. Want iets weglaten uit je eetpatroon is een ding, maar wat kan je dan allemaal wél gebruiken?

Met het weglaten van suiker en suikerrijke dranken is het een kwestie van wennen. Maar er zijn zoveel vervangers van suiker dat het mogelijk alleen wennen is aan een minder zoete smaak of minder vaak een zoete smaak (bijvoorbeeld suiker weglaten uit koffie en thee en wel light frisrank kiezen). Het weglaten van wit meel en witte graanproducten en deze vervangen door volkoren varianten, niet alleen in brood maar ook in deegwaren en pasta. Roomboter vervangen door olie en in het algemeen minder vet gebruiken. Minder zout gebruiken.  Hoe maak je dan je gerechten smaakvol? Wij diëtisten hebben nog genoeg te vertellen.