Posts tonen met het label zout. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zout. Alle posts tonen

donderdag 16 juni 2016

4x wit


“Eigenlijk is afvallen zo makkelijk. Gewoon 4x wit vermijden.” De uitspraak komt van een Turkse cliënt op het spreekuur. Zelf heb ik nog nooit van deze methode (?) gehoord, dus ik vraag of ze er wat over wil uitleggen. Ze vertelt dat het in de Turkse gemeenschap iets heel normaals is, dat 4x wit vermijden om af te vallen. En die vier witte dingen zijn suiker, zout, boter en meel.

Goh, wat een fijne simpele manier om dingen uit te leggen. En wij diëtisten maar moeilijk doen met het hele verhaal van de koolhydraten en de vetten. Waar zit het in, hoe herken je het  en welke effecten hebben ze in het lichaam. Nee, dan is vier keer wit toch wel een heel andere insteek. Uiteindelijk wordt hetzelfde bedoeld en hetzelfde bereikt.

Diëtisten vinden het fijn om dingen goed uit te leggen aan mensen. Hoe werkt ons lichaam; hoe gaan dingen goed en hoe gaan dingen fout. Denk aan het ontstaan van diabetes, de verhoogde bloedglucose, de vaatschade die het oplevert en dientengevolge de complicaties op lange termijn. Dat dat soms een heel moeilijk en ingewikkeld verhaal is, dat weten we wel. Maar we willen het toch wel graag vertellen. Het wordt nóg ingewikkelder als er een taalbarrière is. Onze cliënten zeggen dat vaak zelf al: “zeg maar gewoon wat ik moet doen”.

Dat zeggen wat iemand moet doen en vervolgens een dieetlijstje meegeven, dat doen we niet graag. Dat komt doordat er aan een dieet (en ook het volgen van een dieetlijstje van de diëtist) altijd een begin en een einde zit. Ik las daar laatst een mooie uitspraak over: A lifestyle doesn't have an endpoint.  A diet does. En dat is nou juist waar het probleem zit in horen van een ander wat je moet doen. Als je begrijpt waaróm je iets doet, dan kun je het je eigen maken.

Ik zie wel dat je met 4x wit een soort middenweg vindt. Je legt het niet helemaal uit, maar mensen weten wel wat ze moeten doen. En als het goed is, vinden ze daar wel hun eigen weg in. Dan is het dus wederom geen dieet maar wordt het een leefstijl. En als diëtist heb je dan nog genoeg te vertellen. Want iets weglaten uit je eetpatroon is een ding, maar wat kan je dan allemaal wél gebruiken?

Met het weglaten van suiker en suikerrijke dranken is het een kwestie van wennen. Maar er zijn zoveel vervangers van suiker dat het mogelijk alleen wennen is aan een minder zoete smaak of minder vaak een zoete smaak (bijvoorbeeld suiker weglaten uit koffie en thee en wel light frisrank kiezen). Het weglaten van wit meel en witte graanproducten en deze vervangen door volkoren varianten, niet alleen in brood maar ook in deegwaren en pasta. Roomboter vervangen door olie en in het algemeen minder vet gebruiken. Minder zout gebruiken.  Hoe maak je dan je gerechten smaakvol? Wij diëtisten hebben nog genoeg te vertellen.

donderdag 22 mei 2014

Wereld hypertensie dag


Afgelopen zaterdag was het wereld hypertensie dag. De dag van de hoge bloeddruk dus. Gemiddeld heeft 31,4% van de Nederlanders van 30 tot en met 70 jaar hypertensie. Dat betekent dat zij een bloeddruk hebben waarvan de bovendruk (systole) ≥ 140 mmHg en/of de onderdruk (diastole) ≥ 90 mmHg en/of dat zij bloeddrukverlagende medicatie gebruiken. Er zijn meer mannen met hypertensie en ook meer mensen met hypertensie bij het opklimmen van de leeftijd.

Gisteren was ik voor een inloopspreekuur in het Gezondheidscentrum Oog in Al. De apotheek had mij gevraagd om dit te doen als service naar hun cliënten. Mensen konden op die manier vragen stellen aan mij over de relatie tussen voeding en hun gezondheid(sproblemen). Inmiddels is dit het vierde jaar dat we dit in het voorjaar doen en elk jaar kiezen we vooraf een thema. Dit jaar was dat thema hypertensie.

Op deze ochtend kwamen er 9 mensen die vragen wilden stellen en geïnteresseerd waren in wat het veranderen van hun voedingspatroon voor hen zou kunnen doen bij hypertensie. En welke veranderingen dan nodig waren.

Alle mensen die ik zag (38-72 jaar) wisten stuk voor stuk te benoemen dat zout een boosdoener was.  De meesten gaven aan te letten op de hoeveelheid zout die zij gebruikten bij het klaarmaken van hun warme maaltijd.

Ik benoemde in het gesprek dat 80% van het zout dat dagelijks wordt gegeten niet door onszelf in het eten is gedaan. Het zit er al in doordat de fabrikant het eten smakelijker wil maken. Zout is namelijk en smaakversterker of smaakmaker. De belangrijkste bronnen van zout in de voeding zijn brood, vleesproducten en kaas. Ook zit er veel zout in  kant-en-klaarmaaltijden, pizza’s, soepen, sauzen en hartige snacks. Zout zit niet alleen in eten waarbij het goed te proeven is, maar bijvoorbeeld ook in roomijs, koekjes of gebak.

De mensen die dachten dat ze weinig zout gebruikten, gaven aan wel bouillon(blokjes) te gebruiken, maggi, aromatpoeder, ketjap. En natuurlijk kaas en vlees. Allemaal bronnen van zout. Voor hen kwam het als verrassing dat ze juist veel zout bleken te eten, terwijl ze dachten dat ze dat niet deden.

Afgelopen week las ik een stukje over een onderzoek naar smaakwaardering van zout. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat juist mensen met een hoge bloeddruk zout eten het meest waarderen. Vier groepen proefpersonen (dertigers, gezond en met hypertensie en ouderen, gezond en met hypertensie) kregen 3 soorten brood te proeven: weinig zout, normale hoeveelheid en erg zout brood. Jonge proefpersonen vonden het zoutarme brood het lekkerst, ouderen vonden het zoute brood het lekkerst. In alle groepen vonden de mensen met hypertensie het zoute brood het lekkerst. Dat maakt veranderen van eetgewoonten extra moeilijk.

Ironisch genoeg werd in in de apotheek vanuit de Unversiteit Utrecht een onderzoek gedaan naar verspilling van medicatie. Hoewel het hier ging om het niet gebruiken en weggooien van kwalitatief goede medicatie kon ik toch niet begrijpen hoe het dan kon dat ik die ochtend doorlopend aan mensen had verteld hoe zij zelf hun bloeddruk konden verlagen, terwijl ze nu allemaal (meerdere) medicijnen gebruikten voor hun bloeddruk. Ook een vorm van verspilling lijkt me.

donderdag 14 november 2013

Bliss point


In de Volkskrant van afgelopen maandag lees ik een artikel over vet, suiker en zout in ons voedsel en hoe de tactiek van de voedselindustrie is om het op de perfecte wijze, in exact de juiste hoeveelheden in ons voedsel te stoppen. Dit allemaal zodat wij, de consument, het massaal gaan eten en daarbij ook nog eens heel veel moeite hebben om daarmee te stoppen of onszelf tijdig af te remmen.



Het artikel is een interview met Michael Moss. Hij won een aantal jaar geleden The Pulitzer Prize naar aanleiding van een serie artikelen over de E. Colibacterie in hamburgers. Hij heeft vorig jaar een boek geschreven over de macht en de tactieken van de wereld van de voedselindustrie, en dat is recent in het Nederlands uitgegeven. Hij zegt dat de voedselindustrie heel veel onderzoek heeft gedaan naar het bliss point: de precieze hoeveelheid suiker (of zout of vet) die het maximale resultaat oplevert. Met andere woorden; hoe zorg je ervoor dat mensen jouw product het allerlekkerst vinden en ervan willen blijven eten?



Hij vertelt over neurowetenschappers die MRI scans maakten van de hersenen tijdens het eten. De onderzoekers zagen met die scans dat de hersenen sterk reageren op suiker en vet. Als dat werd gegeten, kwam er onmiddellijk de boodschap: love this, eat more. In een van mijn eerdere blogs schreef ik al eens dat mensen een smaakvoorkeur voor vet en zoet hebben. En dat dat in vroegere tijden van jagen en verzamelen een hele mooie manier was van ons lichaam om selectief het meest calorierijke voedsel te kiezen en waarderen. Zodat er relatief weinig gegeten hoefde te worden om het individu en natuurlijk daarmee de soort te laten voortbestaan. Ook dat zegt Michael Moss: ons biologisch systeem is zo ontworpen dat al onze zintuigen voortdurend alert zijn op suiker. En hij geeft ook aan dat dat in de natuur niet zo rijkelijk voor kwam. Door de komst van de moderne voedselindustrie is het alomtegenwoordig.



Natuurlijk doet de voedselindustrie er alles aan hun produkten te verkopen. Het gaat er natuurlijk wel om hoe je als consument met het aanbod omgaat. Want ook al maakt de voedselindustrie ons eten tot in de puntjes perfect als het gaat om smaak en het bliss point, toch zou ons gezond verstand ons moeten kunnen helpen met kiezen, kopen en eten. Michael Moss zegt dan ook dat marketing van het voedsel (reclame) een hele grote rol speelt. Dat er een beroep wordt gedaan op emoties, mooie herinneringen en belevenissen waarbij een soort voedsel belangrijke rol speelde. Daardoor wordt slim, verstandig en gezond kiezen moeilijker.



Als ik dit interview lees, maakt het me weer eens extra bewust van hoe ingewikkeld het is om gezond te eten. En om gezonde keuzes te maken. Ik zie mensen dagelijks op mijn spreekuur die worstelen met het maken van de juiste keuze. Maar er spelen zoveel factoren een rol hierbij. Fijn dat dit artikel ook weer een (klein) deel van die factoren laat zien.

donderdag 20 december 2012

Zout

Eind oktober 2012 kwam in het nieuws dat er een nieuw warenwetbesluit is genomen over de hoeveelheid zout in brood. Vanaf januari 2013 zijn alle bakkers minder zout in het brood gaan doen. Dat is heel goed nieuws. Want we zijn steeds meer gewend geraakt aan het eten van zout. Gemiddeld krijgen wij zo’n 10-12 gram zout per dag binnen. Terwijl ons lichaam maar 1-3 gram per dag echt nodig heeft.
Het kabinet geeft aan tevreden te zijn met deze reductie en vindt het een goed voorbeeld van zelfregulering door de sector. Het past goed binnen het kabinetsbeleid om het zoutgehalte in voeding te verlagen. Het is sindsdien aan de rest van de levensmiddelenindustrie dit voorbeeld te volgen.



Op het spreekuur merk ik vaak dat mensen denken dat zij heel weinig zout bij het eten gebruiken. Meestal klopt dat ook als het gaat om het zelf toevoegen van zout. Maar wat de meeste mensen niet weten is dat 80% van het zout dat wij dagelijks binnen krijgen, niet door ons zelf is toegevoegd aan het eten. Door zelf minder zout toe te voegen aan het eten, ben je er dus nog lang niet als het gaat om drastisch minder zout gebruiken.
Als we het niet zelf aan het eten hebben toegevoegd, dan heeft iemand anders dat dus al voor ons gedaan. In brood zit zout, maar ook in het beleg dat wij op het brood gebruiken: kaas en vleeswaren. Ook zit er zout in melk en melkprodukten. En in cornflakes, koekjes, ontbijtkoek, beschuit. Bij de warme maaltijd zit er zout in soep, sauzen, groenten uit potjes of blikjes en groenten uit de diepvries die á la crème zijn bereid. In gekruid, gemarineerd of gepaneerd vlees, in (rook)worst, bouillon, strooiaroma, ketjap, ketchup. In snacks, kant en klaar maaltijden, pizza, vis.
Minder zout gebruiken betekent eigenlijk: meer puur eten. Geen potjes, zakjes, poeders, mixen, kant en klaar en gekruid eten. Maar eten wat vers en onbewerkt is, waarbij je zelf smaak kan toevoegen door gebruik te maken van kruiden, specerijen, citroen en wijn. En dat is wennen. Alleen al als je het hebt over tijdsinvestering en moeite. Je moet dus meer zelf maken.
Bij mij thuis gebruiken we wel zout als toevoeging aan het eten (of aan het kookvocht). In ons keukenkastje is een scala aan soorten zout te vinden. Jozo bewust (3x raden wie dat heeft gekocht en wie dag gebruikt tijdens het koken!) waarin 70% minder natrium zit dan in ‘normaal’ keukenzout. Daarnaast is er zeezout, in een grove en in een fijne maling. Dan nog Fleur de Sel. Door zijn relatieve schaarsheid is fleur de sel een van de duurste zouten en volgens sommigen in culinair opzicht ook het beste. Omdat we koken zonder pakjes en zakjes, weinig bewerkt en kant en klaar voedsel gebruiken, is zout een smaakversterker voor de pure gerechten die we maken.


Wil je zelf weten hoe je minder zout kunt eten? Klik dan hier.