Posts tonen met het label motivatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label motivatie. Alle posts tonen

donderdag 23 april 2015

Gesprek

Op het spreekuur komt een jonge vrouw (22 jaar) met obesitas. Ze heeft een begeleider meegenomen vanuit het opvanghuis voor jongeren waar ze woont. Dit huis biedt opvang, woon- en financiële begeleiding aan mensen die door sociaal-maatschappelijke of psychische omstandigheden in een kwetsbare (woon)situatie verkeren. Ze vertelt dat ze graag zou willen afvallen. Dat ze erg geschrokken is omdat ze leververvetting heeft. Ze heeft het advies van de internist gehad om een dieet te volgen om haar lever weer gezond te maken door af te vallen en gezonder te gaan eten. De leververvetting is omkeerbaar. Als ze er nu niets aan doet, wordt het levercirrose en dat is niet omkeerbaar.

Langzaam wordt in het gesprek duidelijk dat de begeleider die ze heeft meegenomen ook is afgevallen. En dat ze juist daarom déze begeleider heeft meegenomen. Want die begrijpt haar goed en die kan haar dan ook goed ondersteunen. Ik zeg haar dat ik het fijn vind dat ze hulp en steun heeft hierbij. Vooral van iemand die dicht bij haar staat.
Dan gaan we het hebben over hoe haar dag eruit ziet. Op dit moment heeft ze geen baan, maar wel uitzicht op een baan. Dat zal haar gaan helpen om regelmaat en ritme in haar dag te krijgen. Nu mist ze vaak het ontbijt omdat ze te laat in de ontbijtruimte komt. Hierdoor gaat ze overdag meer snoepen. Want bij het ontbijt hebben de bewoners de kans om ook een lunchpakketje te maken. Als je niet bij het ontbijt bent, heb je dus ook geen lunch. ’s Avonds wordt er gezamenlijk gekookt en gegeten. Zelf eten kopen voor overdag kan een oplossing zijn, maar als je geen baan hebt, heb je ook geen (of weinig) geld en dan zijn ongezonde keuzes zo gemaakt.
Ze begrijpt dat het eten van 3 gezonde maaltijden per dag nodig gaat zijn om af te kunnen vallen. Ze overlegt met haar begeleider hoe ze dit in de praktijk kan gaan toepassen. We bedenken samen een plan hoe ze het zou kunnen aanpakken binnen de mogelijkheden van het huis waar ze woont en haar eigen mogelijkheden.
Net als ik denk dat we een heel eind zijn gekomen, gaat ze me allerlei vragen stellen over voedsel dat ze nu gewend is om te eten: mag ik een bakje tonijnsalade eten? Niet op brood maar gewoon uit het bakje oplepelen? En zo nog wat vragen. En dan realiseer ik me dat ik in het gesprek teveel en te snel meegegaan ben met haar en haar begeleider in het idee van dieet en afvallen. Ik heb te weinig stilgestaan bij het stukje ervóór: hoe ontstaat overgewicht? Waardoor is zij dik geworden? Weet zij wat gezond en niet gezond is om te eten? Doordat ik dit heb overgeslagen, heb ik het idee dat zowel zij als ik een stukje missen. Als we het gesprek afronden ben ik daarom niet helemaal tevreden over mezelf en mijn gesprek van vandaag. Gelukkig komt ze over 2 weken weer terug en pakken we de draad weer op.

****************************************************
Vind je het leuk om mijn blogs te lezen? Deel ze met collega's, contacten of vrienden op social media!

donderdag 21 augustus 2014

Flitsende start

‘Ken je die reclame van Vodafone?’ vraagt een cliënt op het spreekuur aan mij. ‘Waarin een kale man in de badkamer voor de spiegel een haargroeimiddel op zijn hoofd smeert. Als hij dan het flesje terugzet in de kast en hij kijkt opnieuw in de spiegel, dan heeft hij opeens hele lange blonde haren.’ Ik beaam dat ik de reclame ken. ‘Zo zou ik het ook wel willen’, zegt mijn cliënt. ‘Dat je ergens aan begint maar dat het moeilijkste stuk al voorbij is voordat je het weet.’
 
 Deze uitspraak van haar vindt plaats aan het einde van een intakegesprek dat ik met haar had. Ze is een jonge alleenstaande moeder, die ook nog zorgt voor haar eigen ernstig zieke moeder. Ze heeft naar aanleiding van vermoeidheidsklachten en algehele malaise van haarzelf een reeks onderzoeken doorlopen. Daar kwam uit dat ze gluten intolerantie heeft: coeliakie. Ze heeft een tijd gewacht met het maken van een afspraak op mijn spreekuur. Ze vertelt dat ze er nog niet aan toe was. De moeheid maakt haar ambivalent: aan de ene kant kost het haar teveel energie op dit moment met alle zorgen en drukte die ze heeft om ook nog aan het dieet te beginnen en het vol te houden. Aan de andere kant weet ze dat een deel van de vermoeidheidsklachten er juist nog zijn omdát ze nog niet aan het dieet is begonnen.
 
Maar het is een zeer ingrijpend dieet. Het zal haar veel moeite kosten om het goed te volgen. Het vermijden van gluten in het dagelijks leven is ingewikkeld, tijdrovend en vereist veel kennis en in hoge mate planning. Ik leg haar uit dat de eerste stap is te weten waar gluten in zitten. Dat is de enige manier om ze goed te kunnen vermijden. Ik geef haar uitleg over gluten, vertel waar ze in voorkomen en laat haar kennismaken met verschillende websites waarop ze betrouwbare en duidelijke informatie kan vinden. De tweede stap in het kunnen volgen van het dieet is te weten welke voeding glutenvrij is. En ook heel belangrijk: welke voedingsmiddelen zijn glutenvrij en goede vervangers voor de glutenbevattende voeding die ze nu gewend is te eten. Hoe kan ze verpakkingen lezen en beoordelen op de aanwezigheid van gluten. De derde stap is het vinden van (online-) winkels die deze voedingsmiddelen verkopen. Ik vertel haar wat ik weet over de diverse (biologische) winkels op verschillende plaatsen in de stad. Ik vertel haar over glutenvrije merken die ze kan zoeken in de ‘gewone’ supermarkt en in de biologische winkels. Dat wordt voor haar al een zoektocht op zich. Hier komt dus al het stukje planning om de hoek kijken. Want hoe voer je zo’n tijdrovende zoektocht uit als je lichamelijk en emotioneel uitgeput bent, alleenstaande moeder én mantelzorger? En als je het dan hebt gevonden, gaat de planning gewoon door. Want elke week zijn er weer nieuwe boodschappen nodig. Voorraadbeheer, slim inkopen, handige routes uitstippelen zijn een onderdeel hiervan.
 
Ik hoop dat ze het kan opbrengen om hieraan te beginnen en het vol te houden. Het zal haar na investering van energie ook veel energie opleveren.

donderdag 4 juli 2013

Motivatie

Op mijn spreekuur komt een man voor een eerste gesprek. Hij is 63 jaar oud, heeft fors overgewicht; zo’n 25-30 kg te zwaar. Hij is gekomen omdat hij door de huisarts is doorverwezen. Hij heeft al langere tijd diabetes. Hij gebruikt tabletten en insuline, maar daar heeft hij steeds meer van nodig om normale bloedglucosewaarden te kunnen krijgen. Dat is de reden dat hij op het dieetspreekuur komt. Om te kijken of er met het veranderen van het eetpatroon winst te halen is.
Hij ziet er terneergeslagen uit, als hij binnenkomt en gaat zitten met een zucht. Ik besluit (deels) te benoemen wat ik aan signalen bij hem oppik, nog voordat het gesprek is begonnen. ‘Wat een zucht!’ zeg ik tegen hem. Hij glimlacht en vertelt dat hij er tegenop zag om te komen naar deze afspraak. Het beeld dat hij heeft van diëtisten is niet rooskleurig. Hij denkt dat ik hem heel veel zal gaan verbieden wat eten en drinken betreft. Hij zit niet lekker in zijn vel, heeft een burn-out. Was altijd gewend ontzettend hard te werken en nu laten zijn lichaam en geest hem daarbij in de steek. Hij is vermoeid, voelt zich leeg en neerslachtig.
We praten in dat eerste gesprek niet over een dieet of wat hij wel of niet moet eten. Maar over hoe hij zich voelt. En wat het neerslachtige gevoel voor effect heeft op hem, op zijn ziekte en de toekomst. We praten over lichaamsbeweging en sport. Meneer heeft dat vroeger veel gedaan en had daar veel plezier in. Nu ziet hij dat niet meer zo. Hij is moe, is te zwaar en heeft er allang geen tijd meer voor gehad. Dat laatste, zo ontdekken we samen, dat is een kans. Want meneer zit nu thuis met de burn-out en heeft in feite alle tijd. Hij lijkt zich dat ook te realiseren tijdens het gesprek.
De keer daarna dat ik meneer zie, is er wat veranderd. Hij is naar een sportschool gegaan en heeft zich aangemeld. Daar heeft hij begeleiding gekregen bij het opnieuw beginnen met bewegen. Dat gebeurt op zijn eigen tempo, op een manier die bij hem past. Hij gaat er 3x per week naar toe en is ook al wat afgevallen. Deze keer heeft meneer al wel wat vragen over zijn voeding. Die zijn vooral gerelateerd aan het sporten.
Dat is prima, want het is voor het uiteindelijke doel: gewichtsverlies en zo het onder controle krijgen van de glucosewaarden met een lagere dosering medicatie en insuline, is het niet zo belangrijk in welke volgorde de dingen veranderen. Het is vooral belangrijk dat de verandering vanuit de motivatie van de cliënt zelf komt. Waar die motivatie precies zit, is in het begin altijd even aftasten. Bij deze meneer lag de motivatie in weer goed kunnen bewegen, zich fitter en minder moe voelen. Omdat hij dat vroeger altijd deed en zich er goed bij voelde, was dit een logische stap voor meneer. Hij had er alleen even een opstapje voor nodig.
Uiteindelijk komt meneer gedurende 2 jaar regelmatig bij mij op het spreekuur. In de loop van de tijd zie ik beetje bij beetje een andere man binnenkomen. Iemand met een rechte rug, lachend, niet meer moe, energiek en vrolijk. De laatste keer dat hij komt, is zijn gewicht 25 kg lager. Hij gebruikt geen insuline meer en hij sport 4x per week. We besluiten samen de dieetbehandeling af te sluiten.










donderdag 16 mei 2013

Van mij hoeft het niet

‘Van mij hoeft het niet’ zegt de cliënt die zojuist mijn kamer is binnengekomen en nu aan de andere kant van mijn bureau zit. Ze is voor het eerst gekomen, doorverwezen door haar huisarts. Razendsnel maak ik een inschatting van haar. Een echte Utrechtse dame, met het hart op de tong. Lekker direct. Ik besluit haar nukkige woorden te pareren. ‘Van mij hoeft het ook niet’ zeg ik tegen haar, terwijl ik achterover leun in mijn stoel.
Dat verbaast mevrouw zichtbaar, dat het van mij ook niet hoeft. Het kost haar enkele seconden om de betekenis daarvan tot zich te laten doordringen. Dan vertelt ze dat ze het gevoel heeft met haar rug tegen de muur te staan. Ze heeft al jaren obesitas, probeert daar regelmatig wat aan te doen en dat lukt eigenlijk nooit echt. Maar nu heeft ze al een tijd een hoge bloeddruk en de huisarts heeft gezegd dat ze nu moet gaan starten met medicatie en dat wil mevrouw absoluut niet. Ze moet dus toch gaan afvallen om de bloeddruk te kunnen laten dalen.
Ik ben blij dat mijn strategie werkt. Door mensen te laten inzien dat ik niets van ze wil, maar (als het goed is) willen zij iets van mij. Daardoor gaat er voor hen vaak heel veel druk vanaf en hebben ze het gevoel dat ze het werkelijk voor zichzelf doen en niet voor de huisarts of voor mij. Dan pas kunnen ze met echte vragen komen die leven bij hen en kunnen ze gericht vragen stellen over het aanpassen van hun eetgewoonten.
Door mevrouw de vrijheid en ruimte te geven om te kunnen vertellen wat haar dwars zat, kom ik met haar een stuk verder dan wanneer ik haar irritatie en weerstand had genegeerd. Door die er te laten zijn en die te respecteren, voelt mevrouw zich echt gehoord.
In de gesprekken die volgen, wordt het steeds duidelijker dat zij wel meer positieve gevolgen van het afvallen kan bedenken dan alleen het voorkómen van medicatiegebruik tegen de hoge bloeddruk. Zij wil weer de trap op kunnen lopen zonder buiten adem boven te komen. Ze wil beter kunnen bukken, makkelijker haar schoenen vastmaken, wandelen en fietsen langer volhouden. Deze voordelen van het afvallen waren er natuurlijk altijd wel, maar doordat er een medische reden was van het gaan naar de diëtist, en doordat mevrouw daar boos over was (ze wilde immers geen pillen, dus ze ‘moest’ wel), waren die in eerste instantie naar de achtergrond verdwenen. Maar het door haar zelf te laten bedenken en benoemen van haar eigen beweegredenen om af te vallen, werkt veel meer motiverend voor haar. Dit heeft ze nodig om het afvallen te laten lukken.
Met mevrouw gaat het in de loop van de tijd steeds beter. Ik zie haar in het begin vaak en daarna met steeds langere tussenpozen. Ze heeft meer zelfvertrouwen, weet wat gezond eten is en het lukt haar ook om het vol te houden. Met kleine stappen is ze er gekomen. We besluiten na een tijd samen de handeling te stoppen. Mevrouw kan het nu zelf.